
| RENOVATIE |
PROJECTEN |
Vrijdag 20 Juni 2003 |
|
|
Dynamische restauratie voor Retraitehuis
Heerlen
Nieuwe toekomst voor Nieuwe Bouwen werk van
Frits Peutz
Van onze medewerker Ine ter Borch
HEERLEN - Het Mgr. Laurentius Schrijnenhuis is dankzij een zorgvuldige renovatie
teruggebracht naar de oorspronkelijke staat van 1933. Tegelijkertijd is het
gebouw aangepast aan de eisen van nu, waardoor één van de hoogtepunten uit het oeuvre van
architect Frits Peutz in de stijl van het Nieuwe Bouwen, is verzekerd van een nieuwe toekomst.
Het Laurentius Schrijnenhuis is in 1932 ontworpen als ‘Retraitehuis voor
vrouwen en meisjes’. Katholieke gebouwen werden doorgaans gerealiseerd in
traditionele stijl als massieve bouwvolumes van baksteen en natuursteen. Het
architectonische en constructieve ontwerp van Peutz vormt hierop een
uitzondering. De strakke compositie in stucwerk, staal en glas vertoont
verwantschap met de ontwerpen van Duiker. Het constructieve ontwerp is
vooruitstrevend en bestaat uit een staalskelet met lichtgewicht betonvloeren. De
draagconstructie is losgehouden van de ruimtescheidende elementen, waardoor het
gebouw uiterst flexibel indeelbaar is. Voor de gewapende stuchuid van de gevel
(4 centimeter) is een innovatief systeem uit Amerika geïmporteerd. Ook voor de
installaties zijn vernieuwende technieken toegepast. Zo was in het gebouw een
grijswatercircuit aanwezig en een ingenieuze ventilatietechniek op basis van
natuurlijke ventilatie. Ondanks deze bijzondere kenmerken heeft het gebouw nooit
veel aandacht gekregen in architectuur-historische publicaties.
![]() |
|
De ruimtelijke opzet en indeling van het gebouw waren gericht op een optimaal economisch functioneren. Zeventig jaar na de eerste ingebruikname profiteert de nieuwe gebruiker daar nog van. |
Waarde
Sinds de erkenning als jong monument in maart 1999 en de aankoop door AGS
Architekten en Planners is de belangstelling voor de architectuurhistorische
waarde van het gebouw toegenomen. AGS heeft met de renovatie van het
Schrijnenhuis voor zichzelf en andere huurders een representatieve huisvesting
gecreëerd. Tegelijkertijd heeft het architectenbureau een belangrijke bijdrage
geleverd aan het behoud van het architectonisch en cultureel erfgoed. In nauw
overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft AGS het gebouw niet
alleen gerenoveerd, maar ook gerestaureerd en gereconstrueerd. Vanwege de
flexibele opzet van het oorspronkelijke ontwerp waren er geen grote ruimtelijke
of constructieve ingrepen nodig om het gebouw aan het nieuwe gebruik aan te
passen. Wel zijn de meeste latere toevoegingen – aanbouwen, verlaagde plafonds
en binnenwanden, die door de opeenvolgende gebruikers waren aangebracht –
verwijderd.
Historisch onderzoek
AGS heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de constructie, de oorspronkelijke
detaillering en het materiaalgebruik van het gebouw.
Dit onderzoek heeft interessante informatie opgeleverd over de achtergronden van
de ongebruikelijke draagconstructie en opbouw van de gevel. Vanwege de
instabiele bodemgesteldheid van de locatie, op de scheidslijn van twee
mijngebieden, koos Peutz voor een licht staalskelet als draagconstructie.
Omdat werd verwacht dat de bodem sterk zou kunnen gaan bewegen en zakken, is de
draagconstructie losgehouden van de ruimtescheidende elementen. Het gehele
gebouw is bovendien in alle bouwdelen gedilateerd. Zo moesten dilataties van
kolom tot kolom in de vloervelden de bewegingen opvangen en schade aan het
gebouw voorkomen.
De gevel bestaat uit een drijfsteen binnenspouwblad en een buitenspouwblad van
gewapend stucwerk. Voor de constructie van het buitenspouwblad is het
Amerikaanse lichtgewichtsysteem Steeltex, bedoeld voor houtskeletbouw, geïmporteerd
en geoptimaliseerd voor toepassing op het staalskelet.
Het systeem bestaat uit een verzinkt rasterwerk van staaldraad met een
maaswijdte van 50x50 millimeter, waarop aan één kant een dubbele laag
asfaltpapier is vastgezet. Door de druk van het smeren van cementmortel op het
rasterwerk wijkt het papier enigszins. Als de druk wordt opgeheven, veert het
papier terug, waardoor het staaldraad rondom in de mortel wordt ingebed. Na het
uitharden volgt een tweede cementmortellaag die vervolgens van een waterkerende
en esthetische afwerklaag wordt voorzien. Zo ontstaat een sterk en uiterst dun
buitenspouwblad dat vergelijkbaar is met een dunne plaat gewapend beton, echter
zonder dure bekisting.
Het rasterwerk is in dit geval gespannen op een stalen hulpconstructie die aan
het staalskelet is bevestigd. Verticale en horizontale enigszins verende
zinkprofielen zijn gebruikt om het rasterwerk te dilateren en het gevelblad voor
scheuren te behoeden. Zelfs als er toch schade mocht ontstaan, dan zou dit
eenvoudig zijn te verhelpen door een paneel te vervangen. Onderzoek met een
camera in de spouw wees uit dat zowel de staalconstructie als de
Steeltex-constructie na zeventig jaar nog in prima conditie verkeert. Dit in
tegenstelling tot de gevel van Zonnestraal van architect Duiker waar met een
vergelijkbare gevelopbouw is geëxperimenteerd.
Hergebruik
De oorspronkelijke materialen zijn zoveel mogelijk gehandhaafd en waar nodig
hersteld. Vooral aan de gevel is vanwege het bijzondere materiaalgebruik veel
aandacht besteed. Het van oorsprong lichte, ernstig vervuilde gevelstucwerk is
na uitvoerig experimenteren schoongemaakt met warm water. Daarna is de gevel
afgewerkt met silicaatverf in de oorspronkelijke kleurstelling. De markante,
slanke staalprofielen van de raamkozijnen en puien bleken na zorgvuldig
onderzoek geschikt voor hergebruik. Alle verflagen zijn verwijderd en de
draaibare delen, zoals de taatsramen, weer gangbaar gemaakt.
De detaillering is aangepast aan de huidige bouwfysische eisen met doel het
oorspronkelijke beeld zo dicht mogelijk te benaderen. Helder isolatieglas met
een zo klein mogelijke luchtspouw (4 millimeter) paste net niet in de sponning
van 10 millimeter. Daarom is het glas in stopverf gezet dat iets hoger is
aangezet dan technisch noodzakelijk, zodat ook de zwarte randverbinding van het
glas uit het zicht blijft. Een aantal puien en kozijnen, zoals bijvoorbeeld de
entreepuien, die ooit waren vervangen door aluminiumprofielen, zijn in staal
gereconstrueerd met de oorspronkelijke pui-indeling.
![]() |
|
De strakke compositie in stucwerk, staal en glas van Frits Peutz uit 1932 was wel heel iets anders dan de traditionele stijl van het katholieke bouwen in die tijd. |
Springlevend
Door architectuurhistorici is Peutz altijd gezien als een eclecticus die zich
niet bekeerde tot één van de verschillende stijlkampen uit zijn tijd, maar
alle richtingen in zijn werk gebruikte waar het hem uitkwam. Misschien was Peutz
daarmee zijn tijd juist wel ver vooruit. Het is opvallend hoe modern en
functioneel het constructieve ontwerp nu nog is.
De ruimtelijke opzet en de indeling van het gebouw waren gericht op het optimaal
economisch functioneren van het Retraitehuis.
Tegelijkertijd is het gebouw als geheel een krachtige esthetische compositie.
Het is juist de synthese tussen constructie, functie en esthetica die het gebouw
een tijdloze kwaliteit geeft waardoor het zich zeventig jaar na de eerste
ingebruikname moeiteloos laat aanpassen aan een nieuw, eigentijds gebruik. AGS
en Peutz Architecten hebben vervolgens met een knappe synthese van renovatie,
restauratie en reconstructie aangetoond dat een monument springlevend en
economisch functioneel kan zijn, zonder het ontwerp geweld aan te doen.
Wellicht is met deze dynamische restauratiemethode een bruikbare trend gezet in
de wereld van de monumentenzorg.